In een traditionele architectuur zijn de frontend en backend van een applicatie aan elkaar gekoppeld. De server genereert de HTML-pagina's en stuurt deze naar de browser. Bij een headless architectuur wordt deze koppeling verbroken: de backend levert alleen data via API's, en een aparte frontend-applicatie bepaalt hoe deze data wordt gepresenteerd.
De term "headless" verwijst naar het feit dat het systeem geen vaste "kop" (frontend) heeft. De backend is als het ware onthoofd en kan door elke frontend worden aangesproken: een website, mobiele app, voice assistant, smartwatch of elk ander kanaal.
Dit geeft enorme flexibiliteit. U kunt dezelfde backend gebruiken om een website, een mobiele app en een kiosk-applicatie te voeden, elk met een eigen frontend die optimaal is voor dat specifieke kanaal. Wijzigingen aan de frontend hebben geen invloed op de backend en vice versa.
Headless is bijzonder populair bij contentmanagement (headless CMS) en e-commerce (headless commerce). Platforms als Contentful, Strapi, Shopify en commercetools bieden headless backends waarmee u volledige vrijheid heeft over de frontend-implementatie.